Met de smadelijke vlucht naar Londen op 13 mei 1940 schonden koningin Wilhelmina en haar regering de Grondwet.

De onwettigheid om als regering vanuit het buitenland de oorlog te verklaren aan Japan. Nederland was haantje de voorste om eerder nog dan de VS, vanuit Engeland , een oorlogsverklaring af te geven. Bizar.

Gerard de Boer

Nadat het Duitse leger op 10 mei 1940 Nederland was binnengevallen namen koningin Wilhelmina en haar regering op 13 mei de benen naar Engeland. Dit ondanks dat volgens Artikel 21 van de Grondwet de zetel van de regering in geen geval buiten het Rijk (dus Nederland en de koloniën) verplaatst mocht worden. Maar in Londen ging men, zonder parlement, gewoon door met het uitvaardigen van wetten en koninklijke besluiten, terwijl ze vanwege het schenden van de Grondwet daartoe absoluut niet meer gerechtigd waren. Laat staan om op 8 december 1941 Japan de oorlog te verklaren (zie mijn artikel) en op 22 december 1943 de doodstraf weer in te voeren (zie hier).

Artikel21

Artikel21Wilhel

Artikel21Reger

Opmerking van oud-premier Colijn over de ongrondwettige vlucht.

Artikel21Colijn

Opmerking:

Als gevolg van de toenemende spanningen in Europa achtte de Nederlandse regering het in 1937 gewenst een wet te laten voorbereiden waarop zij zich kon verlaten als er een…

View original post 223 woorden meer

Geplaatst in Het Recht, Indische Kwestie, Indonesië | Een reactie plaatsen

Biografie Anne-Ruth Wertheim

Bron: Biografie Anne-Ruth Wertheim

Anne-Ruth Wertheim

Vroege jaren

Ik werd in 1934 geboren in Jakarta in Indonesië, dat toen nog een kolonie was van Nederland. Samen met mijn ouders en mijn zus en broertje leefden we een comfortabel leven met veel Indonesische bedienden. In mijn wereldbeeld stonden wij blanke Nederlanders bovenaan, de Indonesiërs onderaan en de Chinese winkeliers daar tussenin. En net als alle kinderen ervoer ik dit allemaal als vanzelfsprekend.

Anne-Ruth-Wertheim

Toen ik zeven jaar oud was werd mijn wereldbeeld van de ene dag op de andere op zijn kop gezet. Tijdens de Japanse bezetting van Indonesië van 1942 tot 1945 werden alle blanken geïnterneerd in kampen. Ontsnappen was vrijwel onmogelijk omdat blanken buiten de kampen tussen de gekleurde Indonesiërs, Indo-Europeanen, Chinezen en Japanners meteen zouden opvallen. Bovendien was het niet waarschijnlijk dat de Indonesiërs veel risico zouden willen lopen om ons, hun vroegere overheersers, te verbergen.

Halverwege de oorlog begonnen de Japanners, die geallieerd waren met Nazi Duitsland, de joodse Nederlanders te scheiden van alle andere gevangenen. Mijn vader, die in een mannenkamp zat, was joods maar mijn moeder, met wie mijn zusje, broertje en ik in een vrouwenkamp zaten, niet. Wij, de kinderen, waren dus halfjoods en de Japanners dreigden ons met geweld bij haar weg te halen. Om dat te voorkomen, besloot zij zichzelf ook als joods te laten registreren en zo gingen wij samen met haar naar het joodse kamp. Na de oorlog kregen we te horen hoe in Europa vrijwel onze hele familie van vaderskant was omgebracht. Mijn joodse grootouders hadden een eind aan hun leven gemaakt op de dag dat Nederland capituleerde voor het Duitse leger.

Het waren al deze ervaringen met gedwongen racistische keuzen, geheimhouding, dreiging en geweld die de basis vormden van mijn latere onderzoek naar het wezen van het racisme.

Schooltijd, studie en eerste werk

Terug in Nederland bezocht ik het Amsterdams Montessori Lyceum en studeerde biologie aan de universiteit van Amsterdam. Ik trouwde, verhuisde naar Wageningen en kreeg mijn eerste twee dochters, Kathelijne van Kammen en Dorothee van Kammen. Mijn derde dochter, Jessika van Kammen, werd geboren in Berkeley in de Verenigde Staten. Daar participeerde ik samen met Kathelijne in een Parent Cooperative Nursery School programma. De nieuwe opvoedingsmethoden die men daar ontwikkelde inspireerden mij om na terugkomst in Wageningen in 1965, samen met andere ouders, de eerste Peuterspeelzaal in Nederland op te richten voor kinderen van 18 maanden tot vier jaar. De kinderen konden zich daar samen vrij ontwikkelen in hun spel terwijl hun ouders gelegenheid kregen in deeltijd betaalde arbeid te verrichten of zich op andere manieren te emanciperen.

Van 1967 tot 1984 was ik lerares biologie aan het Wagenings Lyceum. Samen met collega docenten zocht ik daar naar alternatieven voor het starre, frontale onderwijs waarin leerlingen vooral leren met elkaar te concurreren en afleren met elkaar samen te werken en de wereld te onderzoeken. Wij ontwikkelden een vorm van projectonderwijs die ook bruikbaar bleek in andere schooltypen. In Open Projectonderwijs leren leerlingen zelfstandig onderzoek te doen in door henzelf gevormde groepjes, naar door henzelf gekozen onderwerpen, binnen en buiten de school, en tegelijkertijd samen te werken op een gelijkwaardige manier.

Vanaf 1984 tot halverwege de jaren negentig zette ik in verschillende verbanden mijn ontwikkelingswerk in de educatie voort, zowel aan jongeren als aan volwassenen, waarbij ‘het verstandelijke’ en ‘het emotionele’ met elkaar verbonden werden in methoden die gericht waren op mondiale- en vredesvraagstukken en met name op het analyseren en bestrijden van racisme.

Onderzoek naar de aard van racisme

Intussen waren mijn dochters het huis uit, was ik met mijn nieuwe levensgezel Rudi Künzel naar Amsterdam verhuisd en zette ik mijn onderzoek naar het wezen van het racisme voort. Dat onderzoek was begonnen met de lessen van mijn vader, de socioloog van Zuid Oost Azië, Wim F. Wertheim (1907-1998). Hij onderscheidde twee soorten racisme: uitbuitings/koloniaal racisme (gebaseerd op neerkijken en minachting) en concurrentie/cultureel racisme (gebaseerd op afgunst, wantrouwen en angst). Dat laatste treft bijvoorbeeld handelsminderheden en heeft veel gemeen met het antisemitisme.

In mijn werk in de educatie had ik waargenomen dat deze twee soorten racisme naast elkaar voorkomen, in een opmerkelijk mengsel. Dat maakte me nieuwsgierig naar de karakteristieken van ieder van die soorten – waar ze voorkomen, wat voor vooroordelen erbij horen en vooral ook wat voor geweld ermee gepaard gaat. Ik ontdekte dat hier in Europa en dus ook in Nederland een verschuiving gaande is in de samenstelling van dit mengsel. De eerste gastarbeiders en de mensen uit de koloniën hadden vooral nog te lijden van het oude, vertrouwde koloniale racisme – er werd op ze neergekeken. Dat neerkijken is nog lang niet verdwenen, maar nu hun kinderen en kleinkinderen beter in staat worden tot concurreren, krijgt het hedendaags racisme steeds meer trekken van het concurrentieracisme en richt zich op hun culturele kenmerken – met name de moslims zijn nu doelwit geworden en in wezen alle niet-westerse immigranten. Ik voorspel dat met hun verdere emancipatie deze verschuiving zich zal voortzetten en dat daarmee de kans op massaal geweld toeneemt. Er is dus alle reden mijn werk als onafhankelijk onderzoeker, publicist en activist voort te zetten.

Nog een paar andere activiteiten

Beeldhouwen 

Toen ik al over de zestig was verwerkelijkte ik een droom uit mijn jonge jaren en ging ik beeldhouwen in harde steen.

Dagboeken schrijven over kleinkinderen

Mijn levensgezel en ik hebben samen negen kleinkinderen, drie van hem en zes van mij. Van de oudste zes hield ik gedetailleerde dagboeken bij, speciaal van onze dialogen, al die dagen dat mijn dochters en schoonzoons aan het werk waren en hun eigen emancipatie vorm gaven. Ook hadden we ze graag te logeren in verschillende combinaties van zusjes, broertjes, neefjes en nichtjes. Ondertussen zijn wij nu zodanig gedigitaliseerd dat we onze belevenissen met de jongere kleinkinderen vastleggen in kleine filmpjes.

Amsterdam, 2017

Anne-Ruth Wertheim

Geplaatst in Algemeen, Indische Cultuur, Indonesië | Een reactie plaatsen

Weggemoffelde soldij, weggemoffelde geschiedenis

Opnieuw en terecht wordt de niet uitbetaalde soldij aan de orde gesteld. Dit keer in een groot artikel in het Algemeen Dagblad en alle daarmee verbonden regionale kranten. De kop is voortreffelijk en het artikel geeft goed weer waar de backpay-kwestie omdraait. Alleen de daarbij geplaatste foto’s zijn misplaatst. Het gaat niet om situaties na 1945. De periode van de Tweede Wereldoorlog in Azië. Het gaat om de talloze kampen van krijgsgevangenen in Nederlands-Indië, Japan, Birma, etc. De KNIL-soldaten die na de oorlog naar hun soldij konden fluiten en waarvan sommigen opnieuw de oorlog werden ingestuurd in de koloniale strijd om het behoud van Nederlands-Indië.

Ik heb de foto’s in het AD verwisseld voor foto’s van het kamp waar mijn vader in Japan het grootste deel van de oorlog heeft door moeten brengen. Foto’s worden vaker langer onthouden dan de tekst. Ik hoop dat dit ook nu het geval zal zijn. De geschiedenis mag niet achteraf geretoucheerd worden.

BD_1dec2017_IK_823x1016

Geplaatst in Indische Kwestie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Willekeur in de Backpay-regeling

Reactie op de uitspraak over de Backpay – Henk Harcksen

De kern van de uitspraak van de rechtbank (zie blog Backpay: een teleurstellende uitspraak) vormt de koppeling van peildatum (15 augustus 2015) en doelgroep. Dit heeft tot gevolg dat de groep van Backpay-uitkeringsgerechtigden tot een betwistbaar minimum beperkt wordt. Verder dringt zich de conclusie op dat met name budgettaire overwegingen de inhoud van de Backpay-regeling hebben bepaald.

Budgettaire overwegingen en een beslissing op morele gronden verdragen elkaar slecht.

Op geen enkele wijze gaat de rechtbank in op deze tegenspraak. Ergo volgens de rechtbank is er sprake van een symbolische peildatum, 70 jaar na de oorlog. Een symbolische datum, een juridisch novum, dat vragen opwekt.

Het recht kent het rechtsbeginsel van verjaring. Na een bepaalde tijdsperiode kunnen rechten niet meer worden ingeroepen. De door de staatssecretaris verwoorde symboliek van een regeling 70 jaar na de capitulatie van Japan die door de rechtbank nog eens wordt herhaald in haar rechtsoverwegingen. Symbool van wat? Zeventig jaar rekken van opeenvolgende regeringen om tot een regeling te komen ? Nog bonter maakt de rechtbank het door te stellen: “een andere keuze voor een eerdere peildatum of een andere opstelling van de overheid was denkbaar geweest. Echter kan de gekozen peildatum niet als onredelijk worden beschouwd.”

Een andere keuze voor een eerdere peildatum was denkbaar geweest. De rechter gaat dus niet zo ver om de gekozen peildatum van de staatssecretaris te toetsen laat staan op basis van morele gronden als vernietigbaar te beoordelen. Dat hangt volgens de rechter samen met het rechtskarakter van de Backpay regeling. Zij zegt daar het volgende over: “de Backpay-regeling is niet gebaseerd op een wettelijke grondslag“. Wat is de regeling dan wel ? Het is een onverplichte tegemoetkoming aldus de rechter, waarbij de overheid een grote mate van vrijheid toekomt. Naar mijn mening is het nu juist de taak van de rechter om aan te geven hoe ver die vrijheid van die overheid dan gaat. Met andere woorden wanneer raakt de vrijheid van de overheid de vrijheid en het rechtsbelang van de Nederlandse burger en in casu degenen die bij overlijden als erfgenamen aanspraak maken op de Backpay. Want in feite is het gevolg van die door de rechter geformuleerde beleidsvrijheid, dat het erfrecht met een pennenstreek wordt weggeschreven.

Deze uitspraak illustreert  de noodzaak om de rechterlijke uitspraken die de Backpay-regeling van november 2015 als onderwerp hebben en gros tegen het licht te houden omdat zij naar mijn mening met een aantal aspecten van de rechtsstaat in strijd zijn.

Het recht is terug te vinden in wetten, rechtelijke uitspraken, gewoonterecht en aantal varianten van gedoogbeleid. Gezamenlijk aan te duiden als rechtsbronnen. Eén ontbreekt tot nu toe. Annotatie, een juridisch verklarend en analytisch commentaar op een beslissing van een rechterlijke instantie door rechtsgeleerden en academici welke vervolgens in overwegingen in komende rechtsgedingen door de eiser aan de rechter kunnen worden voorgelegd. Het is van het grootste belang dat deze laatste groep kritisch kijkt naar recente uitspraken. Niet als een vorm van belangenbehartiging en cliëntelisme maar een appel aan het rechtsgevoel aan hen die rechtspreken. Het lijkt op de witte schimmel variant maar laten we serieus blijven. Een voorbeeld kan genoemd worden: professor Wouter Veraart schreef een artikel over de Rawagede zaak welke in Ars Aequi werd gepubliceerd:  “Uitzondering of precedent? De historische dubbelzinnigheid van de Rawagede-uitspraak”, (4 april 2012).

Annotaties kunnen mede de rechtsvorming in dit Backpay dossier bevorderen. Het overlaten aan de rechters geeft ruimte aan herhaling van zetten en de oorlogsgetroffenen (lees: Backpay belanghebbenden) zal opnieuw geen recht worden gedaan.

Geplaatst in Algemeen, Het Recht, Indische Kwestie, Politiek | Tags: , , | 2 reacties

Backpay: een teleurstellende uitspraak

In een eerdere blog schreef ik hoe mijn tante van bijna 90 jaar de moed heeft om de backpay-regeling aan te vechten.

Zij vindt de uitkeringsregeling absoluut onredelijkonbillijk en onrechtvaardig. Daarom heeft zij beroep aangetekend tegen de afwijzing van haar aanvraag. De zitting vond plaats op 14 juli 2017.

De uitspraak van de rechtbank is op 29 augustus door haar ontvangen. De uitspraak is teleurstellend, waarbij alle zorgvuldig geformuleerde argumenten zijn afgewezen.

Opnieuw wordt door de rechtbank teruggegrepen op het aloude argument dat het standpunt van de Nederlandse regering (steeds) was dat Nederlands-Indië een apart gebiedsdeel was met een eigen rechtspersoonlijkheid en een eigen begroting. De salarisaanspraken van ambtenaren en militairen die in dienst waren van het Nederlands-Indisch Gouvernement gedurende Japanse bezetting en in de periode van 8 maart 1942 tot 15 augustus 1945 geen of niet volledig salaris hebben gekregen behoren tot de financiële verplichtingen Van het Indisch Gouvernement en niet tot die van de Nederlandse Staat. Bestaande afspraken zijn overgegaan op Indonesië.

pow_fukuoka

Daar sta je dan:

POW_320x232Prisoner of War van een oorlog die door Koningin Wilhelmina als eerste van de geallieerden aan Japan is verklaard.

Prisoner of War als soldaat van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL).

Fukuoka9B_overzichtsfoto

Mag ik twee passende citaten naar voren halen:

Vrijburg_citaat632x107

Brandt_citaat632x107.jpg

De precieze formulering van de Rechtbank in deze uitspraak luidt als volgt:

uitspraak71_938x338

In een volgende overweging wijst de rechtbank op enkele regelingen die getroffen zijn in het verleden, maar die geen enkele verband houden met de backpay-kwestie. Deze overweging gaat volledig voorbij aan de eis om betaling van soldij en salaris. Het “Gebaar” wordt genoemd en de “Wet uitkering Indisch Geïnterneerden” die niets met de backpay-kwestie te maken hebben.

Vervolgens wijst de rechtbank in de derde overweging dat er jarenlang overleg is gevoerd met onder meer het Indisch Platform. Echter “door een combinatie van morele, juridische en budgettaire overwegingen is een integrale en voor alle betrokkenen bevredigende oplossing voor de Indische kwestie niet mogelijk“. Het komt er op neer dat er gewoon geen geld voor is. Dit laatste is nu juist een politieke kwestie waar de rechtbank de oplossing daarvan ook op het bordje van de politieke moet leggen.

Bovenstaande drie overwegingen zijn de belangrijkste redenen waarom het beroep ongegrond wordt verklaard. Een zeer schamele verzameling als we met de gehele geschiedenis rekening houden die met de Indische Kwestie te maken heeft. Nota bene zegt de rechtbank zelf dat de uitkeringsregeling Backpay een lange geschiedenis kent. De rechtbank belicht slechts een heel klein stukje van de parlementair geschiedenis, namelijk dat gedeelte waarin de Nederlandse regering Nederlands-Indië als apart gebiedsdeel benoemt en daarmee ook de verantwoordelijkheid voor de Backpay legt bij het Nederlands-Indisch Gouvernement. Maar er zijn meer ontwikkelingen geweest in de daarop volgende decennia.

Hoever reikt het historisch besef van de rechtbank?

In de  eerste publicatie  van het onderzoeksprogramma “Van Indië tot Indonesië” (NIOD, 2005): “Indische rekening, Indië, Nederland en de backpay-kwestie 1945-2005” gaat Hans Meijer uitvoerig in op deze kwestie. Het onderzoeksprogramma is een door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gesubsidieerd project.

Een belangrijk hoofdstuk beschrijft de periode 1960-1977. Belangrijke onderdelen uit dit hoofdstuk verdienen een plaats in de overwegingen van de rechtbank.

Op 7 september 1966 werden financiële onderhandelingen met Indonesië afgerond in een overeenkomst, terug te vinden als het zgn. Traktaat van Wassenaar. Zie hoofdstuk 8, blz. 240, in het boek van Hans Meijer waarin goed staat beschreven wat er zoal op de achtergrond speelde.

De Nederlandse onderhandelingsdelegatie onder leiding van Luns heeft zeer veel water bij de wijn gedaan. Van de openstaande schuldvordering van ruim 4,4 miljard gulden werd uiteindelijk genoegen genomen met een bedrag van 600 miljoen gulden. Daarmee ging men ervan uit dat alle rekeningen hiermee vereffend waren. Maar dat gold niet voor de Indische oorlogsslachtoffers! Niet dat ze vergeten waren, maar gewoon bewust en weloverwogen buiten de onderhandelingen gehouden. “Binnen de Nederlandse delegatie vond men het onverstandig het backpay-vraagstuk als onderdeel in de onderhandelingen te brengen. Dit zou de besprekingen alleen maar bemoeilijken, aangezien Indonesië zich van meet af aan op het standpunt had gesteld geen enkele verantwoordelijkheid te dragen voor de achterstallige salarissen” (Meijer, blz. 241).
De Nederlandse delegatie realiseerde zich terdege dat met dit onderhandelingsresultaat de backpay-kwestie voor eens en altijd werd geliquideerd.

Een uitspraak van de rechtbank over de Backpay-kwestie zou een geheel andere betekenis krijgen als met bovenstaande informatie serieus rekening zou worden gehouden. Dit stukje geschiedenis is onder de tafel geschoven en geen rechter (tot nu toe) die zich hier wat van aantrekt.

Er is nog een lange weg te gaan en waarschijnlijk zal deze weg buiten Nederland verder moeten worden afgelegd. Het Europees hof van de Rechten van de Mens biedt waarschijnlijk meer kansen om tot een rechtvaardige uitspraak te komen.

De volledige uitspraak op het beroep dat mijn tante heeft gedaan is te vinden in de volgende weblink en te downloaden: Uitspraak_backpay_25aug2017small

Het voornemen is om binnen zes weken in beroep te gaan. Wij gaan daar voor. Deze stap moet gezet worden om bij het Europees hof voor de Rechten van de Mens aan te kunnen kloppen.

EVRM_tekst_751x137.jpg

 

Geplaatst in Indische Kwestie, Indonesië | Tags: , , , , , | 4 reacties

15 augustus 2017: een herdenking

Ieder jaar weer een bijzondere dag.
Een grote verzameling mensen met gedeelde gevoelens en onderlinge verbondenheid. Verhalen die beklemmend zijn en tegelijkertijd het verleden aan het heden koppelen. Een geschiedenis die geen verleden tijd kent en tot uiting komt in het verdriet wat bij velen is af te lezen.

IMG_9059_539x404_spekkoekMaar natuurlijk ook veel hartelijkheid en vriendelijkheid naar elkaar. Zelfs her en der een luide lach om de plechtigheid te doorbreken. Ontspannen met elkaar kennismakend, je laten verrassen door familieleden en kennissen die er ook blijken te zijn en wat geplaag heen en weer. Een heerlijk stukje spekkoek verorberend met een bekertje koffie erbij.

Het begin van de herdenking wordt aangekondigd. We horen te gaan staan als eerbetoon aan het intreden van het vaandel Regiment Van Heutsz. Van Heutsz? Het Regiment is opgericht in 1950 als opvolger van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Het KNIL met voor velen een wrange smaak, denkend aan o.a. het niet uitbetaalde soldij tijdens krijgsgevangenschap in Japan. Dat schiet als een pijnlijke flits door mijn hoofd.

deIndischeKlok_354x250De aankomst van de Minister-President: als eerbewijs het Luiden van de Indische Klok. Een bronzen klok in 1995 geplaatst. Het benadrukt dat men bij het Indisch monument op een gewijde plek staat. Het Indisch monument moest een stem hebben die niet alleen herinnert aan de slachtoffers van de oorlog van toen, maar die iedereen ook steeds weer oproept en aanspoort zich in te zetten voor vrede nu en in de toekomst.

Ik hoop dat het luiden van de klok ook ieder jaar onze regering blijft herinneren aan kwesties die uit die tijd nog steeds niet zijn opgelost.

Het welkomstwoord door de Voorzitter van Stichting Herdenking 15 augustus 1945 en de verschillende voordrachten worden afgewisseld door mooie liederen, gebracht door Residentie Bach Ensembles, ieder jaar weer.

IMG_9081_539x404_ponchosHet Luiden van de Indische Klok en het taptoe-signaal geven het begin aan van de 1 minuut stilte. Het veld valt stil. Alleen de regen op de poncho’s en de paraplu’s is hoorbaar dit jaar.

De stilte wordt gevolgd door het 1e en 6de couplet van het Wilhelmus.
Ik haper bij sommige woorden en zinnen. Ik krijg deze er niet uit.

Na de kranslegging door de autoriteiten is het grote veld aan de beurt. Een grote rij vormt zich. Hoe dichter bij het monument zelf, hoe stiller de rij wordt. Ik onderdruk een brok in mijn keel.

Els_Peter_217x386Dit jaar heb ik 10 rode rozen gekocht ter herinnering aan mijn ouders en alle trauma’s die uit die vreselijke oorlog zijn voortgekomen en nu nog bij velen de kop opsteken. Voor iedere trauma een symbolische roos.

Samen met mijn zus leg ik onze bloemen bij het monument.

Dit jaar was ik geheel in het wit als uitdrukking van het verdriet wat nog bij zovelen niet weggenomen is. Het verdriet zo prachtig ook verwoord door Herman Bussemaker in zijn laatste werk: Indisch Verdriet, Strijd om Erkenning, (2014). Het boek wat hij besloot met de volgende allerlaatste alinea: “Bij de overheid ligt tot op de dag van vandaag een moreel deficit. Het is aan de huidige generatie Indische Vertegenwoordigers om de flambouw van de tweede generatie over te nemen en de strijd om erkenning voort te zetten. Voor deze generatie is dit boek geschreven, opdat men niet vergeet. Immers onrecht verjaart niet.

IMG_9065_1077x808_HetVeld

Geplaatst in Familiegeschiedenis, Indische Kwestie, Indonesië, Persoonlijke geschiedenis | Een reactie plaatsen

In krijgsgevangenschap: dagen rond de capitulatie van Japan

Uit het dagboek van mijn vader

In het kamp werd begin augustus ’45 steeds duidelijker dat er iets stond te gebeuren, zo lees ik in het dagboek. De dagelijkse voeding varieerde steeds sterker. Amerikaanse “Flying Fortes” vlogen over het kamp zonder aangevallen te worden. Ongehinderd door met stokken slaande jappen kon men deze luchtparade in stilte aanschouwen. Steeds vaker luchtbombardementen op afstand.
Hilfman, de kampcommandant, meldt dat de vertegenwoordigers van alle nationaliteiten een brief voorgelegd krijgen aan de Britse regering ter tekening om aan wapenstilstand te adviseren. Er wordt gedreigd voor zware straffen als niet wordt getekend. Er wordt veel geslagen.

Wat er die laatste dagen voor de capitulatie en de dagen erna afspeelde, lees ik in het dagboek van mijn vader. Het geeft een beeld van toenemende verwarring bij de jappen en toenemende opluchting bij de krijgsgevangenen. De gevangenen hadden in deze dagen in het geheel geen notie van de verwoesting van Hiroshima en Nagasaki door atoombommen. De jappen in het kamp wel en dat bleek ook uit hun gedrag.

POWaug1a_667x864

POWaug2a_658x950

POWaug3a_665x948

POWaug4a_639x921.jpg

POWaug5a_668x819

Geplaatst in Familiegeschiedenis, Indische Kwestie, Persoonlijke geschiedenis | Tags: , , , | 2 reacties