Hoe een Javaanse dolk de worsteling van Nederland met zijn koloniaal verleden illustreert

Een informatieve maar ook onthutsende blog van Caroline Drieënhuizen over de jarenlange weigerachtigheid van de Nederlandse Staat om buitgemaakte voorwerpen uit de koloniale tijd terug te geven aan Indonesië.
De teruggave van de kris van Diponegoro en de berichtgeving daarover, zo concludeert Caroline, tonen aan hoezeer Nederland worstelde, en nog steeds worstelt, met het koloniaal verleden en de consequenties daarvan. Het besef dat een deel van de uit Indonesië stammende collecties niet zo vanzelfsprekend thuishoren in Nederland en dat de voormalige kolonie een gelijkwaardige partnerstaat is met recht op zijn eigen erfgoed, lijken maar langzaam door te dringen.

Koloniaal verleden, voortdurende erfenis. Indonesië en Nederland

Begin deze maand, op 4 maart 2020, verscheen een jubelend persbericht. Verschillende, bescheiden, krantenartikelen volgden: ‘Nederland geeft dolk van Javaanse verzetsheld terug aan Indonesië’ en: ‘Zoekgeraakte dolk Javaanse verzetsheld gevonden’. Het lijken neutrale, weinig politieke koppen, maar dat zijn ze niet. De krantenkoppen en inhoud van de artikelen over de Javaanse dolk, een kris, zijn decennialange ‘verdwijning’ en recente teruggave zijn illustratief voor de algehele moeizame, door politiek en nostalgie gedomineerde omgang van Nederland met zijn koloniaal verleden.

View original post 1.058 woorden meer

Geplaatst in Dekolonisatie, Indonesië | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Zin en onzin over de Backpay-kwestie

Nog niet is bij iedereen duidelijk wat de Backpay-kwestie precies behelst. Vandaar deze bijdrage om het een en ander wat verder toe te lichten.

In de Groene Amsterdammer van 4 maart stond in een artikel de volgende zinsnede:

“Ook strijdt de Indische gemeenschap nog steeds voor onbetaald loon met betrekking tot de werkzaamheden gedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog in Azië”

Een week later een vergelijkbare zin in de NRC :

 “Decennialang hebben Indische Nederlanders moeten strijden voor de ‘backpay’ en voor rechtsherstel: de uitbetaling van achterstallige salarissen en pensioenen van hun (groot)vaders – Indisch overheidspersoneel, ambtenaren of militairen – voor hun diensten tijdens de oorlog, een strijd die tot nu toe geen erkenning heeft opgeleverd.”

Pijnlijk om te constateren dat de Backpay-kwestie kennelijk niet goed op het netvlies staat van deze wetenschappers. Ik vermoed dat zij niet de enigen zullen zijn.

Op de manifestatie van 8 maart op de Dam in Amsterdam heb ik persoonlijk met een foto van mijn vader rondgelopen en daarbij een rekening in beeld gebracht van het nooit uitbetaalde soldij over 42 weken als krijgsgevangene in Japan, geïndexeerd cf. CBS indexen.

Tijdens en na de oorlog is door de Nederlandse regering over de bezettingstijd het salaris ten volle uitbetaald aan:

  • Het personeel van de Nederlandse Marine, dat in Japanse krijgsgevangenschap was gehouden; dit personeel kreeg achteraf volledige uitkering van tractementen en gages;
  • Het personeel van het KNIL dat in Duitse krijgsgevangenschap was geraakt: volledige uitbetaling van salaris en soldij, met inbegrip van vaste toelagen;
  • Met verlof zijnde Nederlands Indische ambtenaren;
  • Nederlandse zeelieden in Azië door de Japanners geïnterneerd;
  • De Nederlandse dienstplichtigen en oorlogsvrijwilligers uit Zuid-Afrika, die met het KNIL in Japanse krijgsgevangenschap vast zaten.

De salarissen / soldij aan het KNIL in Japans krijgsgevangenschap werden niet uitbetaald. In plaats daarvan werd een Commissie Achterstallige Betalingen (CAB) ingesteld (19 juni 1946): .

De ingestelde Commissie Achterstallige Betalingen komt eenstemmig tot de conclusie dat uitsluitend sprake kan zijn van Backpay van vol salaris. De Nederlandse regering stelde zich echter op het standpunt dat de schade niet kan worden afgewenteld op de overheid doch op de bezetter (Japan) moest worden verhaald.

Resultaat: salarissen/soldij over de periode in krijgsgevangenschap zijn nooit uitbetaald, met uitzondering van de eerder genoemde 5 personeelscategorieën.

Conclusie:

Backpay heeft niets te maken met onbetaald loon met betrekking tot de werkzaamheden door de krijgsgevangenen, noch met niet uitbetaling voor hun diensten tijdens krijgsgevangenschap.

bronnen:

E. van Witsen, Krijgsgevangenen in de Pacific-oorlog (1941-1945), 1971, uitgeverij T. Wever, Franeker;

Hans Meijer, Indische Rekening, Indië, Nederland en de backpaykwestie 1945-2005, 2005 NIOD;

Henk Harcksen, Blauwe Brieven – Indische Ontrechting, 2019.

Geplaatst in Indische Kwestie | Tags: , , | 2 reacties

Het Grote Niets

Herman Bussemaker schrijft uitgebreid in hoofdstuk negen van zijn boek Indisch Verdriet over Het Gebaar als project[i]. Daarin bespreekt hij de structuur, de commissies, de projecten die er mee verband houden, aan wie die projecten werden gegund, inclusief de subsidies en de thematiek. In de eindfase van de onderhandelingen voor de Backpay-regeling in 2015 had het oude IP geen enkel mandaat om een soort “Gebaar 2.0” op te zetten want dat is de Collectieve Erkenning naar mijn mening die uiteindelijk de tweede pijler van de Indische Kwestie, de vergoeding van materiële oorlogsschade, tot een non-issue misvormde.

In mijn gesprek met Silfraire Delhaye[ii] op 3 februari 2017 betrekt hij nog de stelling dat loskoppeling van Backpay en materiële oorlogsschade niet denkbaar is. Het belangrijkste in dit gesprek was mijn constatering dat Van Rijn in Delhaye een medestander vond om de precedentwerking van de nog overeen te komen Backpay-regeling te voorkomen waarbij de weduwen dus feitelijk aan het kortste eind trokken. Op mijn vraag of hij heeft geprobeerd om Van Rijns zorg voor de precedentwerking weg te nemen zegt Delhaye:

“Omdat de kwestie van de Backpay volledig gekoppeld is met de Indische gemeenschap kon een precedentwerking hier niet uit voortvloeien. Ook omdat de beslissing van het Kabinet is gebaseerd op een morele grondslag en niet op een juridische. Omdat het juridische pad al is dichtgetimmerd. Dus denk ik dat daarmee het sein op groen is gegaan.”

Heeft er binnen de onderhandelingsdelegatie nog een interne afweging en discussie plaatsgevonden om de weduwen bij de regeling te betrekken is vervolgens mijn vraag.

“Het was niet makkelijk het aanbod van de staatssecretaris te aanvaarden in het besef dat dit een klein gedeelte betrof van de Indische Kwestie. Klein ook in geld uitgedrukt. Slechts 1100 personen. Toch stonden wij voor de keuze: wel of niet accepteren. Uitbreiding van de doelgroep naar de weduwen respectievelijk de nazaten van reeds overledenen rechthebbenden zou een breekpunt kunnen zijn. Daar zou mogelijk precedentwerking in kunnen schuilen, dat is één; twee: alle oorlog gerelateerde uitkeringen zijn bijna altijd aan overlevenden toegekend en voor zover mij bekend geldt dat ook voor de geallieerde landen, ook voor de Australiërs. En het akkoord betekent ook erkenning. Dat is belangrijk!  Ik werd meteen gebeld door betrokkenen die daar op wezen.”.

Ik constateer dat de voorzitter van het IP de feiten niet kent en nog belangrijker, de gedachtegang van Silfraire Delhaye vormt voor  Martin van Rijn de kern van zijn Backpay regeling.

De volgende passage is ontleend aan de begroting van het ministerie van VWS fiscaal jaar 2016-2017. In artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II wordt gesproken over de rol van de minister van VWS onder nummer 2, getiteld ‘rol en verantwoordelijkheid van de minister’.

“Het is belangrijk om de herinnering aan WO II levend te houden en te borgen dat blijvend betekenis kan worden gegeven aan het verhaal van «de oorlog». Ook dit is onderdeel van de leidende begrippen «ereschuld» en «bijzondere solidariteit» ten aanzien van de deelnemers aan voormalig verzet en de oorlogsgetroffenen. Het belang van het levend houden van de herinnering geldt niet alleen voor (nabestaanden van) mensen die deze oorlog hebben meegemaakt, maar juist ook voor nieuwe generaties. Generaties van nu en later moeten – ook als de eerste generatie is weggevallen – betekenis kunnen geven aan alle facetten van deze geschiedenis. Dat geldt zowel voor de oorlog zoals deze zich in Nederland en Europa heeft afgespeeld, en dan vooral de Holocaust als dieptepunt van het menselijk handelen, als voor de oorlog (en de Bersiap-periode 1945–1949) in voormalig Nederlands-Indië. De betekenis van het levend houden van de herinnering aan WO II is gerelateerd aan hedendaagse vraagstukken van grondrechten, democratie, (internationale) rechtsorde en vrijheid. De invulling hiervan vindt plaats langs vier domeinen: benodigde kennis, museale functie, educatie en informatie alsmede herdenken, eren en vieren.”

Op deze manier worden de uitgesproken thema’s Ereschuld en Bijzondere solidariteit vervormd tot holle frasen  Bewijs vormen de uitwisseling van argumenten en de rigide stellingname van de huidige staatssecretaris ten aanzien van de grondslag van de gekozen peildatum dat een arbitrair criterium is. Er is hier sprake van volstrekte willekeur. Een peildatum gekozen om de groep van rechthebbenden tot onaanvaardbaar minimum in te perken. Van een relatie tussen het levend houden van de herinnering aan WO II en de hedendaagse vraagstukken  van grondrechten en (internationale) rechtsorde is geen sprake. Ik concludeer dat er hier sprake is van ontrechting van de weduwen.

Drie oktober 2019 vindt een Algemeen Overleg (AO) plaats van de Vaste Kamer Commissie Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) met Paul Blokhuis. Vooralsnog is er geen steun voor het voorstel tot de oprichting van een Commissie van Wijze personen,  dat eigenlijk is gebaseerd op een motie van Pia Dijkstra in 2011 die vroeg om oprichting van een commissie van drie wijze personen.  Het blijft bij deze openbaring van mevrouw Dijkstra. Op 3 oktober 2019 weigert zij haar steun aan een zodanig voorstel van Fleur Agema,  maar vraagt excuses aan Agema voor het feit dat de PVV in 2011 Dijkstra’s motie niet steunde.

De voorzitter van dit overleg Helma Lodders zegt nog dat het debat over een commissie van wijze personen zal worden behandeld in een plenair debat. Zover zal het niet komen. De motie van Gerven (SP) / Kerstens (PvdA) met het concrete verzoek tot instelling van een commissie van wijze personen komt niet in stemming door een brief van Blokhuis vlak voor de stemming op 11 februari.

  • De Backpay-regeling uit 2015 is tot stand gekomen in een proces dat niet transparant was en de kenmerken draagt van ongelijke behandeling. Deze uitkering betreft alleen de genoemde oud-ambtenaren en oud militairen die nog in leven waren op 15 augustus 2015. Een ieder die daarvoor is overleden en hun erfgenamen hebben geen recht op de uitkering.
  • Vastgesteld kan worden dat de regering zich heeft onttrokken aan haar morele verantwoordelijkheid. Een aantal beginselen van behoorlijk bestuur spelen een rol in de casus Backpay-regeling Concreet: er is geen duidelijke motivering waarom wel of geen uitzonderingen worden gemaakt.
  • Wanneer wordt gekeken naar de getroffen groep burgers, dan moet worden vastgesteld dat het hier gaat om een groep die qua achtergrond als Indische bestuursambtenaren of KNIL-militairen anders worden behandeld op grond van een toenmalige nationaliteit. Voor een deel zal hetzelfde gelden voor een discriminatie naar ras. In effect heeft de regeling vooral betrekking op mensen van Indische en Molukse achtergrond, die anders worden behandeld dan mensen die die achtergrond niet hebben, zonder dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging is.
  • De Nederlandse regering negeert structureel een beroep op openbaarheid waardoor de rol van het parlement fundamenteel en blijvend is ontwricht. Het is immers haar grondwettelijke taak om de regering te controleren en dat kan alleen als zij over alle relevante overheidsdocumenten kan beschikken.
  • Aanvullende wetgeving die het karakter draagt van reparatiewetgeving moet plaats vinden waarbij de weduwen van de vóór 15 augustus 2015 overleden ambtenaren van het (Indische) Gouvernement en militairen van het voormalige KNIL, een eigen rechtspositie wordt toegekend zodat zij in aanmerking komen voor excuses en een financiële genoegdoening van de Nederlandse overheid.

De meest recente brief van staatssecretaris Paul Blokhuis (11 februari 2020) zet de Tweede Kamer buitenspel en het IETS wat hij in het vooruitzicht stelt is Het Grote Niets.

Henk Harcksen, 18 februari 2020


[i]Indisch Verdriet, Dr. H.TH. Bussemaker,2014, blz. 245 e.v.

[ii] Blauwe Brieven, Indische Ontrechting, Henk Harcksen, 2019, blz. 86 e.v.

Geplaatst in Het Recht, Indische Kwestie, Ontrechting, Politiek | Tags: , | 1 reactie

De politieke verkwanseling van de Indische Kwestie?

Vandaag, 11 februari 2020, zou eindelijk over een belangrijke motie gestemd worden in de Tweede Kamer. Een motie ingediend door Henk van Gerven (SP) en John Kerstens (PvdA) op 3 dec. j.l.. Kern van de motie: stel een commissie van wijze personen in die een uitspraak kan doen over de Indische Kwestie.

Vlak vóór de stemming werd een brief van de staatssecretaris naar de Kamer gestuurd met de boodschap dat hij de motie ontraadt en dat hij in overleg is met het Indisch Platform en een delegatie uitnodigt om met hem van gedachten te wisselen wat hij extra kan betekenen in het kader van 75 jaar vrijheid.

De staatssecretaris suggereert ten onrechte dat hij via het Indisch platform een delegatie kan bereiken uit de Indische gemeenschap. Hij passeert bewust Indisch Platform 2.0 (IP2.0) en verwijst naar de allang feitelijk ter ziele gegane oude platform.

Hij miskent daarmee al het eerdere overleg wat met hem heeft plaatsgevonden met IP2.0, inclusief de status van het oude platform. Aangeboden mediation werd door dit oude platform afgewezen.

Hij miskent tevens de inbreng van IP2.0 bij het Ronde Tafelgesprek in de Tweede Kamer op 30 september 2019, notabene mede georganiseerd door IP2.0. Een ronde tafelgesprek om de kamerleden duidelijk te maken hoe ervaringsdeskundigen de Indische Kwestie ervaren. Een gesprek waarin feitelijk onderzoek door Griselda Molemans, onderzoeksjournalist, op tafel werd gelegd waaruit bleek hoeveel miljard euro’s uit de vroegere kolonie niet in de boeken zijn terug te vinden.
Het oude platform wilde aan dit rondetafelgesprek niet meedoen.

Hij miskent de gevoelens van de grote groep uit de Indische Gemeenschap die meerdere malen heel duidelijk gemaakt heeft dat een genoegdoening in de vorm van een collectieve erkenning volstrekt niet tegemoet komt aan datgene wat IP2.0 steeds naar voren heeft gebracht: Erkenning, excuses, vergoeding oorlogsschade en de Backpay-kwestie. (Zie de website van IP2.0:  https://deindischekwestie.nl/)

Hij miskent de wijze waarop de Backpay-regeling van Martin van Rijn door IP2.0 met “hangen en wurgen” in de uitvoeringspraktijk zoveel mogelijk in goede banen is geleid, ten faveure van de oudste nog in leven zijnde rechthebbenden die niet in zicht bleken te zijn bij SVB.

Hij gaat volstrekt voorbij aan de manifestatie op 17 april 2018 in Amsterdam waar op waardige wijze uiting werd gegeven aan de gevoelens van onrecht over de Indische Kwestie (zie https://peterflohr.blog/…/manifestatie-indische-kwestie-17…/)

De staatssecretaris gaat eveneens volstrekt voorbij aan de ontmoeting van Koning Willem-Alexander met de demonstranten van IP2.0 bij de opening van museum Sophiahof, 27 juni 2019. Uitzonderlijk om buiten het protocol om naar de demonstrerende vertegenwoordigers van IP2.0 te stappen en te luisteren naar de inbreng van deze demonstranten. De verbindende woorden van de Koning krijgen geen aandacht van de staatssecretaris. Deze zijn door hem kennelijk niet belangrijk genoeg bevonden.

undefined

Die ene brief, net voor de stemmingen verstuurd aan de kamer heeft er voor gezorgd dat de motie is aangehouden. Het CDA vroeg uitstel van stemming, De indieners van de motie (Van Gerven en Kerstens) besluiten om de motie aan te houden. Later begreep ik dat zij dachten dat er overleg was gepleegd met IP2.0 wat geenszins het geval is geweest. Fleur Agema wilde het debat hierover wel direct aangaan. Uiteindelijk resultaat: er werd niet gestemd.

De motie werd aangehouden en de vertegenwoordigers van IP2.0 konden niet anders dan teleurgesteld naar huis vertrekken. Helemaal voor niets van heinde en ver naar de Kamer gekomen om opnieuw een politiek spelletje afgespeeld te zien worden.

En dat alles door de weifelachtige houding van de staatssecretaris die andermaal liet blijken geen enkel gevoel van regie te hebben bij het oplossen van deze 75-jarige kwestie. Schande en een regeringspartij onwaardig om op deze manier met deze kwestie om te gaan.

Voor mij is één ding heel duidelijk: Meevieren met 75-jaar bevrijding is niet aan de orde zolang elke keer weer blijkt dat datgene wat in Nederlands-Indië is gebeurd in de periode 1945-1949 en later m.b.t. de repatriëring van honderdduizenden Indische-Nederlanders niet op het netvlies staat van de bevrijding-feestvierende politiek verantwoordelijken.

Geplaatst in Indische Kwestie, Politiek | Tags: , , | 5 reacties

ONDERHUIDSE OORLOG

Een prachtig gedicht van Robert Block. Hij schrijft hier het volgende over: “Het gedicht ‘Onderhuidse Oorlog’ is een hommage aan de vrouwen die tijdens de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië / het huidige Indonesië zowel binnen als buiten de kampen moesten te zien overleven met minimale middelen.

Deze blog sluit aan op mijn eerder geschreven blog: https://peterflohr.blog/2019/11/23/de-vergeten-vrouwen-van-de-oorlog-in-de-oost/

Robin_Block_Onderhuidse_oorlog_474_749Kader

Dit gedicht staat ook gepubliceerd op de blog van Robin. robinblog.nl. Op zijn blog staan nog veel meer interessante onderwerpen. Een aanbeveling waard.

Geplaatst in Indische Kwestie, Indonesië, Japanse bezetting in Azië | Een reactie plaatsen

In memoriam: Paul de Chauvigny de Blot

Ik kende hem pas sinds kort. Hij heeft in die korte tijd een grote indruk op mij gemaakt sinds ik met hem aan tafel zat in een ronde tafelgesprek in de Tweede Kamer. Hij was daar speciaal uitgenodigd om zijn vraag aan de Nederlandse Staat te stellen waarom hij  nooit zijn salaris heeft gekregen voor de tijd dat hij als krijgsgevangen KNIL-soldaat in een concentratiekamp heeft moeten doorbrengen.  De Nederlandse Staat is er niet in geslaagd om zijn vraag in al die jaren positief te beantwoorden.

Op 15 december 2019 is hij op 95-jarige leeftijd overleden.

Een goede vriend van Paul de Blot heeft op 19 december een kleine video-collage samengesteld over Paul en zijn denken over de dood.

Paul de Blot over de Dood

Zijn denken over de dood geeft troost.

 

PauldeBlot_overladv_IHS_506x935

PauldeBlot_overladv_Nyenrode_604x529

Condeleanceregister

 

Geplaatst in Indische Kwestie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Blauwe Brieven – Indische Ontrechting

BB_omslag1_550x780
Een indringend boek over de politieke-bestuurlijke, historische en juridische kanten van de Indische Kwestie. Hoe is de politiek met dit onderwerp al meer dan 70 jaar aan het worstelen. Hoe kan dat? Waarom zijn onderbouwde claims nog steeds niet gehonoreerd? Wat speelt zich af sinds de jaren veertig, vijftig, zestig van de vorige eeuw tot nu toe?

Het is dit verhaal dat in het boek Blauwe Brieven kort, bondig en vlijmscherp neergezet is door jurist Henk Harcksen. Wat een ingewikkelde kwestie lijkt wordt ontrafeld tot een begrijpelijk niveau. Een niveau waarbij openstaande rekeningen niet worden betaald, weggemoffeld worden en alle aanspraken tot nu toe onder de bekende mat geveegd zijn. Een niveau van goedmakertjes en afkoopsommen. Een niveau van verdeel en heers, politiek schaken, juridische steekspellen en smakeloze ambtenarij. Dit alles te betitelen als “ontrechting”. De direct betrokkenen zijn bijna allen reeds overleden. Zij die nog leven ervaren op hoge leeftijd nog steeds de pijn van deze ontrechting.

Het zijn geen oorlogsverhalen.
Het zijn verhalen die de politieke bestuurders en juridische verantwoordelijken zich aan horen te trekken. Juist omdat er nog steeds een grote groep generatie nakomelingen zich diep gekwetst voelt. Zij nemen het leed mee en de trauma’s van hun eerste jeugd uit de kampen. Zij erven het verdriet, de woede en leed van hun ouders. Zij blijven de klokken luiden opdat op enig moment recht wordt gedaan.

In 2020 viert Nederland het feest van 75 jaar bevrijding. Er zal een grote groep Nederlanders diezelfde 75 jaar op een andere manier beleven.

De presentatie van het boek op 29 november j.l. is in het geheel vastgelegd en terug te vinden op de volgende weblink:

Presentatie van Blauwe Brieven 

Het boek is rechtstreeks te bestellen bij Henk Harcksen door € 26,40 op zijn rekeningnummer te storten: NL30 RABO 0387 1107 04. o.v.v Blauwe Brieven. Verzendkosten zijn hierbij inbegrepen. Vergeet niet het bezorgadres te vermelden {naam-adres-postcode-woonplaats}.

Mailadres van Henk Harcksen: harcksenhenk@gmail.com

 

Geplaatst in Het Recht, Indische Kwestie, Ontrechting, Politiek | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen