de “Indische Kwestie”: de overheid wil er snel van af?

Herman Bussemaker (historicus en oud-voorzitter van het Indisch Platform) wijdde zijn laatste boek (“Indische Verdriet, strijd om erkenning)” aan de historie van een getraumatiseerde  Indische gemeenschap die in zeventig jaar veel heeft bereikt  maar niet de gevraagde erkenning van de overheid heeft gekregen.

We zijn nu 2 jaar verder. Herman Bussemaker is niet meer. Hij werd bij het Indisch Platform opgevolgd door Silfraire Delhaye. Ogenschijnlijk is deze opvolging goed verlopen. Helaas bleek al snel enige kritiek te komen vanuit het IP bestuur. Zeker op het moment dat in 2015 door de nieuwe voorzitter een overeenkomst werd gesloten over de Backpay regeling. De regeling viel niet in goede aarde bij veel betrokkenen. Enkele kritische bestuursleden werden uit het bestuur gezet. De uitvoering van de regeling liep uit de hand. Het overgebleven IP-bestuur keek toe maar deed niets. De uitgetreden bestuursleden probeerden te redden wat er te redden viel bij de uitvoering van de regeling.

Intussen was het ministerie van VWS blij dat er een overeenkomst was gesloten en dat daarmee tegemoet was gekomen om vanuit moreel inzicht te hebben voldaan aan de wensen van de Indische gemeenschap. Niets was echter minder waar. Nog steeds worden rechtszaken aangespannen tegen de Overheid. Rechtszaken die tot nu toe stuk lopen op een rechtshistorie die de halsstarrigheid van de Regering de afgelopen 70 jaar zo kenmerkt.

Opnieuw schijnt met het huidige Indisch Platform een overeenkomst te zijn gesloten door het ministerie. “Collectieve erkenning” was in vooruitzicht gesteld en wordt nu omgezet in een afspraak van 1,5 miljoen per jaar voor de Indische gemeenschap. Daar kan dan een Indisch centrum mee van de grond komen. Opnieuw blijkt de huidige voorzitter met dit plan te hebben ingestemd. Onbekend is of er veel overleg is geweest met de betrokken organisaties. Het lijkt op een een-tweetje tussen Martin van Rijn en de IP-voorzitter.  Reacties uit de Indische gemeenschap zijn zeer teleurgesteld. Men voelt zich bekocht. En terecht, denk ik dan.

Het is tijd dat de Indische Kwestie voorgelegd gaat worden aan het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Het Nederlands recht moet op de proef gesteld worden buiten onze grenzen.

De epiloog in het boek van Bussemaker (zie afbeelding) maakt duidelijk dat de kwestie niet op deze manier kan worden afgerond.

Epiloog_Bussemaker_885x310

Dit bericht werd geplaatst in Indische Kwestie, Politiek en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op de “Indische Kwestie”: de overheid wil er snel van af?

  1. em.steverink-Flohr zegt:

    HELEMAAL MEE EENS!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s